Alles wat vrouwen willen
facebook-25x25

 


Jan Bartelsman Culinair Fotograaf

JAN BARTELSMAN is een van de bekendste culinair fotografen van ons land. Werk van hem verschijnt in toonaangevende gastronomische bladen en gidsen, hij is hoffotograaf van restaurants als De Librije en Oud Sluis en zijn opdrachten komen verder van Les Jeunes Restaurateurs, Schmidt Zeevis, De Bijenkorf, Châteaux et Résidences, Talkies Magazine, Bilderberg Hotels, Van der Valk Hotels, Mövenpick, Food Arts Magazine in Amerika en Culinaire Saisonier in België. Ook geeft hij zelf tal van culinaire boeken uit.

Jan-Bartelsman-1

Bartelsman heeft inmiddels met zijn artistieke visie, technische kennis en efficiënte werkwijze een internationale reputatie opgebouwd. Bij fotografie van gerechten ziet hij meteen hoe het onderwerp uitgelicht moet worden en hij weet de textuur en kwaliteit van de ingrediënten op haast tastbare wijze vast te leggen. En als er een restaurantinterieur gefotografeerd moet worden, slaagt hij er altijd weer in het bijzondere en het kenmerkende van de ambiance naar voren te halen.

 

Jan-Bartelsman-2 Jan-Bartelsman-3

Al tien jaar woont en werkt Haarlemmer Jan Bartelsman in een voormalig schoolgebouw in het Noord-Hollandse Wervershoof, daarvoor opereerde hij vanuit Amsterdam. Het project waarmee hij twintig jaar geleden naam maakte (maar dat inmiddels niet meer op het repertoire staat) was zwart-witfoto’s van restaurant- en kroeginterieurs die later met de hand werden ingekleurd. Daartoe had hij in zijn studio in Sloten en handjevol kunststudenten aan het werk die met sterk verdunde olieverf gemiddeld anderhalve dag aan één foto werkten. Prachtige boeken en bundels waren het resultaat, maar het proces was uiteindelijk te arbeidsintensief en dus te duur. Bartelsman verhuisde daarop met zijn gezin naar Wervershoof, kromp de personeelsbezetting in en ging zich meer en meer toeleggen op het portretteren van bekende Nederlandse restaurantchefs en het fotograferen van gerechten. Hij bundelde twee talenten: kunstenaar en zakenman, en sindsdien gaat het hem goed.

 

Hoe ben je in dit vak gerold?
“Na het gymnasium en de fotovakschool heb ik een tijdje psychologie gestudeerd, maar dat was ’t niet: ik ging terug naar de fotografie, haalde de graad Bachelor of Fine Arts aan de Universiteit van Michigan en, eenmaal terug in Nederland, struinde ik alle fotobedrijven en gerenommeerde fotografen af om stage te mogen lopen. Dat lukte ook niet, dus ik ging maar weer studeren: informatica, ik kreeg zelfs een baantje bij een computerbedrijf. Niet mijn ding hoor, maar het is me later goed van pas gekomen want de digitale fotografie van nu werkt vooral met de computer. Door een toeval ‘ontdekte’ ik toen het proces van het inkleuren van zwart-witfoto’s en ik wachtte als het ware op de eerste kopers. Pas toen ik nóg een bijbaantje had, namelijk Paroolabonnementen verkopen op de markt, kreeg ik het echt door: als je iets maakt, moet je ’t laten zíen, je moet het zelf aan de mán brengen. Ik begon dus mijn ingekleurde restaurantinterieurs te verkopen aan de zaken zelf. Dat werkte.”

‘Parallel tussen mij en een Playboyfotograaf: we
willen allebei ons onderwerp mooier maken’

Wat is je favoriete camera?
“Vroeger alles Nikon voor de reportages, en een technische camera voor het fotograferen van de gerechten. Ook nog een oude Bronica, mooie camera, zo’n beetje de Tsjechische Hasselblatt. Tegenwoordig werk ik met Nikon D3 en D3x. Voor wat ik doe is dat voldoende. Mijn volgende camera wordt een Panasonic om te filmen. Ik stap steeds meer over op bewegend beeld.

Overigens is naast de camera ook de afstand tot je onderwerp van belang. Als ik bijvoorbeeld een paté wil fotograferen en het moet ‘om in te bijten’ zijn, structuur goed te zien en korreltjes haarscherp, dan sta ik dichtbij en gebruik een groothoeklens. Het licht laat ik er langs strijken. Wil ik die paté echter zo mooi en glad mogelijk in beeld hebben, zeg maar de culinaire perfectie ervan accentueren, dan sta ik veraf met een telelens.

Trouwens, ook dat alles is een momentopname: tegenwoordig doen we ’t weer totaal anders dan vroeger. Pak eens een oud kookboek van Cas Spijkers en een nieuw boek over restaurant Noma in Kopenhagen: een wereld van verschil. De mode verandert. Ook hier.”

Over veranderen gesproken. Heb je ooit een andere baan geambieerd?
“Kok zijn en koken leek me altijd al aantrekkelijk. Maar mijn eigen tijd bepalen, in mijn eigen ritme werken en lekker rondreizen, wat ik nu dus doe, is wel héél prettig. Ik had ook wel culinaire journalist willen zijn, maar het is toch maar de fotografie geworden. Waarbij het onderwerp intussen ook een beetje m’n vak is geworden, want ik weet nu van wijnen en spijzen, ik zie het verschil tussen kervel en bieslook . . . Ik weet in ieder geval zeker dat ik nooit in loondienst had willen werken. Ik ben niet geschikt voor een bureaubaan.”

Jan-Bartelsman-4 Jan-Bartelsman-5

Je komt zo ‘cool’ over. Ben je eigenlijk wel eens nerveus?
“Ja hoor, vooral als ik een belangrijke foto-opdracht heb. Grote chefs bijvoorbeeld, of de minister-president in het Torentje. Nooit echt nerveus omdat ik bang ben de prestatie niet te kunnen leveren die van me verwacht wordt, maar zenuwen om mezelf in bedwang te kunnen houden, een soort plankenkoorts eigenlijk. En spreken in het openbaar, dat is ook niks voor mij.”

 

Toch zie ik je altijd zo vastberaden door je zoeker spieden en quasi onbewogen alles registreren. Is er eigenlijk iets dat je emotioneert?
“Nou en of. Enige tijd geleden zat ik bij Martin Berasategui in San Sebastian te eten en de vijftien driesterrengerechtjes die ik kreeg waren van een aangrijpende schoonheid. Dat heb ik sterk, ook bij Sergio Herman of Jonnie Boer: een wów-ervaring kan heel ontroerend zijn. Een goede film of een boek trouwens ook. Als het maar ergens over gaat, over menselijke situaties bijvoorbeeld.”

En lachen?
“Niet om clowns, zeker niet. Wel om uitvergrote dagelijkse situaties: van Hans Teeuwen tot Monty Python. En John Cleese vind ik nog steeds geweldig in Fawlty Towers.”

‘Michelin geeft culinaire tips die in negentig
procent van de gevallen zeer bruikbaar zijn’

Ben je altijd gedisciplineerd?
“Meestal wel. Af en toe vergeet ik op tijd te stoppen met drinken. Niet dikwijls, maar toch: dan had ik er gewoon even geen erg in. Een uitschieter waar ik de volgende dag spijt van heb. Ik loop dan voortdurend te prakkiseren wat ik allemaal voor leuke dingen had kunnen doen als ik die kater niet had gehad. Maar verder ben ik een oplettend mens. Ik vermijd rotzooi te eten, bitterballen, patat en zo. Dat is niet zo goed voor je. Net als Cola, dat drink ik niet omdat ik denk erdoor in de toekomst enge ziektes te voorkomen. Ik bedoel daar uiteraard niet letterlijk Cola en bitterballen mee, maar junkfood in het algemeen, of verpakt voedsel. Ik let erop producten te gebruiken die op de juiste manier verbouwd zijn, zelf vruchtensappen persen, liever een biologisch dan een gewoon bouillonblokje. En bewegen. Ik sport. Eén à twee keer per week probeer ik tijd te vinden om hard te lopen. Geen marathon natuurlijk, want dat is ook weer niet goed voor een mens.”

Wat vind jij lelijk?
“Goedkope, slecht opgemaakte reclameblaadjes. Ordinaire kleding. In het algemeen dingen waaraan geen tijd en aandacht is besteed. Geef mij maar de schoonheid. En dat is dan niet per se een zonsondergang, het kan ook een op het eerste gezicht desolaat industrieel havengebied zijn. Of lege flessen champagne bij de vuilnis, een goed opgemaakte bos bloemen, een abstract schilderij, mooie kleding. En uiteraard mooie mensen.”

Is er kunst die invloed op jou heeft of had?
“Fotografie uiteraard. De gecompliceerde analoge fotokunst van de Amerikaanse grootmeester Jerry Uelsmann, het experimentele werk van de Nederlander Paul de Nooier. En wat Erwin Olaf doet . . . dat is zo uniek, zo eigen. Muziek ook: van Talking Heads tot Bruce Springsteen, opera zelfs. En Beatles, nog steeds. Sowieso zijn er avantgardistische stromingen die me beïnvloed hebben of tot nadenken gestemd: Dada bijvoorbeeld, en het werk van Man Ray.”

Ben je ergens bevreesd voor?
“Ziek worden. Chronisch ziek. Waardoor je de dingen die je leven leuk maken, niet meer kunt doen. Onlangs had ik een ontstoken slokdarm, ik kon niet meer eten of drinken . . . het lijkt me verschrikkelijk zoiets permanent te hebben.”

Wat is overbodig, wat zou je willen weggooien?
“De mobiele telefoon, haha. We kunnen helaas niet meer zonder. Ook al niet meer zonder de Michelingids. Het is leuk te ervaren dat er een instantie is die culinaire tips geeft die in tachtig procent van de gevallen zeer bruikbaar zijn. Het klopt gewoon. En die vernietigende culinaire websites? Ach, het is voor de restaurants niet leuk dat ze bestaan, dat er ongenadig op los wordt gekritiseerd, maar je moet het wel een beetje met een korrel zout nemen. Ik denk niet dat het echt kwaad kan, hoewel de ergste excessen natuurlijk weggefilterd zouden moeten worden.”

Wat zijn jouw gelukzalige momenten?
“Die zijn er vele. In je auto zitten op weg naar een opdracht waarvan je weet dat het leuk gaat worden. Terwijl de zon schijnt en de radio aanstaat met mooie muziek. En als ik terugduik in mijn herinnering ervoer ik het opperste geluk op mijn elfde, toen ik verse kersen zat te eten en tegelijkertijd aan het bowlen was met een vriendinnetje. Voor de duidelijkheid: dit slaat dus op die kérsen!”

 

Jan Bartelsman 6

Verschilt culinaire fotografie eigenlijk van Playboyfotografie?
“Haha! Nooit zo over nagedacht, maar nu je ’t vraagt: er is inderdaad een parallel. Het moet smakelijk en vooral spectaculair ogen, bij allebei. En beide fotografen zijn met meer bezig dan alleen het onderwerp. Bij het gerecht dat ik moet fotograferen, zie ik bijvoorbeeld een cantharel die naar mijn idee niet goed ligt. Dan draai ik hem net zo lang tot alles er nog lekkerder uitziet. Dat doet Govert de Roos, of elke andere Playboyfotograaf, ook: hij ziet niet alleen de mooie vrouw in zijn zoeker maar ook, en vooral, de compositie, het licht, de vorm, hij doet er net als ik alles aan om die vrouw zo goed mogelijk te presenteren.

Anderzijds moet ik zeggen dat ik nu een tendens in de bladen bespeur waarbij schoonheid te maken zou hebben met volmaaktheid, dat er geen pukkeltje of vlekje te zien mag zijn, geen wallen, geen rimpeltje. Dat vind ik dus niks. Die vrouwen zijn niet echt meer, die leven niet, daar word ik absoluut niet opgewonden van. Ik zou dan ook geen goede modefotograaf zijn, want ik hou van púúr. Een zogenaamd onvolmaakte, onopgemaakte vrouw kun je vergelijken met een bord pasta waar alleen maar truffel over is geschaafd en verder niet mee is gerommeld. Dát is mooi, dát is schoonheid.”

 

www.bartelsman.nl

Red: Ton de Zeeuw